Nederlandse Loterij start civiele zaak tegen Qbet en 55Bet bij de rechtbank Den Haag
Otto Lehmann · May 24, 2026

Nederlandse Loterij start civiele zaak tegen Qbet en 55Bet bij de rechtbank Den Haag

De Nederlandse Loterij heeft een civiele procedure aangespannen bij de rechtbank Den Haag tegen de operators, bestuurders en offshore-entiteiten achter Qbet en de zustersite 55Bet, die gelden als het grootste illegale online gokplatform in Nederland, terwijl de Kansspelautoriteit in maart 2026 al een boete van 24,8 miljoen euro oplegde voor het aanbieden van diensten zonder licentie, inclusief eenvoudige toegang voor Nederlandse gebruikers, cryptobetalingen en het ontbreken van leeftijdsverificatie.
Achtergrond van de boete en het platform
Qbet en 55Bet richtten zich op Nederlandse spelers door middel van gebruiksvriendelijke interfaces, crypto-opties en minimale controles op leeftijd, wat leidde tot de recordboete van de Kansspelautoriteit in maart 2026; de boete benadrukt dat dergelijke praktijken de wettelijke kaders overschrijden en dat 53 procent van de online gokuitgaven in Nederland naar ongeautoriseerde platforms gaat, zoals blijkt uit gegevens van toezichthouders.
De civiele zaak bouwt voort op deze administratieve maatregel en richt zich specifiek op de betrokken partijen die de offshore-structuren beheren, waarbij de Nederlandse Loterij als eiser optreedt om schadevergoeding en stopzetting van de activiteiten te eisen in een periode waarin in mei 2026 de handhaving verder wordt aangescherpt.
Details van de rechtszaak en betrokken partijen
De dagvaarding bij de rechtbank Den Haag omvat niet alleen de directe operators maar ook bestuurders en buitenlandse entiteiten die de infrastructuur van Qbet en 55Bet faciliteren, terwijl eerdere uitspraken van de Kansspelautoriteit al wezen op het ontbreken van vergunningen en het faciliteren van illegale betalingen via cryptomiddelen.

Volgens de aanklacht maakten de sites gemakkelijke toegang mogelijk voor Nederlandse gebruikers zonder adequate verificatie, wat resulteerde in de boete die later als onvoldoende werd beschouwd door de toezichthouder, en de civiele procedure dient nu om verdere juridische stappen te zetten tegen de verantwoordelijke partijen die zich achter offshore constructies verschuilen.
Impact op de Nederlandse gokmarkt
Met 53 procent van de online gokbestedingen die naar illegale platforms stromen, illustreert deze zaak hoe de marktverdeling zich ontwikkelt, terwijl de Kansspelautoriteit in maart 2026 al aangaf dat de boete van 24,8 miljoen euro te laag uitviel om de activiteiten volledig te stoppen; de Nederlandse Loterij pakt daarom door via civiele weg om de structuren achter Qbet en 55Bet aan te pakken in mei 2026.
De procedure benadrukt dat ongeautoriseerde aanbieders zoals deze sites cryptobetalingen en directe toegang faciliteren zonder licentie, wat leidt tot rechtszaken die de handhaving versterken en tegelijkertijd de positie van legale operators onder druk zetten door de aanhoudende concurrentie vanuit illegale kanalen.
Ontwikkelingen in mei 2026
In mei 2026 loopt de civiele zaak bij de rechtbank Den Haag door, waarbij de focus ligt op de identificatie en aansprakelijkheid van de betrokken directors en offshore entities, terwijl de Kansspelautoriteit haar eerdere boetebesluit uit maart 2026 verder onderbouwt met aanvullende handhavingsgegevens over de marktaandelen van illegale platforms.
De statistiek dat 53 procent van de uitgaven naar unlicensed sites gaat, blijft centraal staan in de argumentatie, en de Nederlandse Loterij gebruikt deze zaak om juridische precedenten te scheppen tegen soortgelijke operaties die Nederlandse spelers aantrekken via gemakkelijke crypto-transacties en minimale leeftijdscontroles.
Conclusie
De civiele procedure van de Nederlandse Loterij tegen de achterliggende partijen van Qbet en 55Bet markeert een volgende stap na de boete van 24,8 miljoen euro uit maart 2026, en in mei 2026 blijft de aandacht gericht op hoe deze zaak de handhaving tegen illegale online gokactiviteiten verder vormgeeft, met name gezien het aandeel van 53 procent dat naar ongeautoriseerde platforms vloeit. Bronnen tonen aan dat dergelijke acties de juridische druk op offshore-entiteiten verhogen.